Nieuws

2 februari 2010
5e clip Spiegeljongen

De 5e clip van Spiegeljongen is vanaf vandaag te zien. 

Tot een week voor de verschijning van de roman worden hoogtepunten wekelijks in beeld en gesproken woord gevat. Vanaf vandaag is de trailer compleet. Spiegeljongen van Floortje Zwigtman is het laatste deel van de trilogie Een Groene Bloem.

De clips zijn gemaakt door Jan Heuves.

Deel 5 van 5 is een sfeertekening van het onderstaande fragment uit hoofdstuk 53.


In het atelier brandde geen licht. De grote glazen deuren weerspiegelden de feestlampionnen die door het personeel in de struiken waren gehangen. Of er achter die deuren op me gewacht werd, en door wie, was niet te zien.

            Ik kon me nergens verstoppen en liep daarom recht op de deuren af. Witte, gehandschoende handen en kousenvoeten die het lichaam waarbij ze hoorden waren kwijtgeraakt, zweefden naar me toe. Eén witte vinger tikte zachtjes op het glas. ‘Imogen, ben je daar?’

            Binnen dacht ik iets te zien bewegen. Iemand stond op van Vincents oude sofa, stak een kaars aan en rende met lichte voetstappen naar de tuindeuren. Aan de andere kant van het glas dook een bleek gezicht op. Imogen rammelde zenuwachtig met de sleutels en opende de deur op een kier.

            ‘Adrian, ben jíj dat?’

            Ik deed mijn masker af en toonde haar mijn gepoederde gezicht. In het flakkerende kaarslicht moest ik eruitzien als een geest.

            ‘Ja, ik ben het en je hebt beloofd me binnen te laten,’ herinnerde ik haar. Ik wrong me door de kier naar binnen voor ze bedenkingen kon krijgen.

            In Vincents atelier hing nog steeds de vertrouwde geur van terpentijn, maar minder sterk dan toen hij er nog dagelijks werkte. De kamer werd nu gebruikt als opslagruimte voor de meubels die bij het bal in de weg gestaan zouden hebben. Tussen de stoelen, tafeltjes en opgerolde tapijten, herinnerde alleen Vincents oude sofa nog aan vroeger. Ik liet me op de kussens vallen, waar onze eerste zoenen lagen te verstoffen, en wreef langs de zool van mijn voeten. De kousen die Juanita me had geleend, waren aan flarden. ‘Ik dacht dat het me niet zou lukken binnen te komen. Tom Beady stond voor de deur op wacht en…’ Imogens stilte legde me het zwijgen op. Ze stond voor me met de kaars in haar hand en keek en keek en keek.

            ‘Je voeten bloeden,’ zei ze met een klein stemmetje. ‘En dat zijn… méísjeskousen…’

            ‘Die horen bij mijn kostuum,’ stelde ik haar gerust. Ze zag eruit als een jongedame die op het punt stond te gaan gillen. ‘Ik ben als meisje. Is dat geen grap? Moet je niet lachen?’

            Ik liet mijn mantel vallen en probeerde mijn eerder die avond gerepeteerde reverence op haar uit. Na enkele angstig stille ogenblikken bedekte ze haar mond met haar hand en giechelde. ‘Je ziet er niet uit als een meisje. Je bent gewoon een stomme jongen in een jurk!’

            ‘Mooi zo.’ Ik vroeg me af hoelang ik dit luchtige toontje nog zou kunnen volhouden. ‘Vertel eens, is iedereen er? Vincent en Octavia?’

            ‘Ja, die zijn er. En Octavia’s ouders en nog wel honderd andere gasten. Ze kunnen niet dansen zonder op elkaars tenen te staan!’

            Het kon niet beter. ‘Honderd kloeke en lichtzinnige vrienden.’ Het werd tijd om mijn ware kostuum te onthullen. Ik prutste aan de sluiting van mijn japon, onhandig door de strakke avondhandschoenen die mijn vingers gevoelloos maakten.

            ‘Zeg, Imogen, kun je…’ Ik verstijfde. Achter haar rug bewoog een lichtje door de tuin. Het was geen lampion die wiegde in de wind, maar de lamp van iemand die zoekend tussen de struiken door liep. Ik greep Imogens kandelaar en blies de kaars uit. Deze keer gilde ze werkelijk, maar ik was erop bedacht en sloeg mijn hand voor haar mond. ‘Snel, liggen!’ Hardhandiger dan mijn bedoeling was duwde ik haar op de grond en gooide mezelf naast haar.

            Het licht van de lantaarn kwam dichterbij. Het gleed over de sofa en de opgestapelde meubelen, maar miste ons. Voorzichtig tilde ik mijn hoofd op. De man die op het terras stond, was niet Stuart en ook niet Palmtree of Bedlington. Toch herinnerde ik me hem en de bolhoed die hij droeg ergens van en de herinnering was niet aangenaam.

            De man liet het licht van zijn lantaarn in de hoeken van het atelier schijnen, maar leek niets verdachts te zien en verdween om de hoek van het huis. Ik wachtte een volle minuut voor ik mijn hand voor Imogens mond weg durfde te halen.

            ‘Wie was dat?’ fluisterde ik.

            ‘Hoe kan ik dat weten?’ Imogen spuugde een sliert haar uit haar mond. ‘Ik viel bijna flauw van schrik toen je me tegen de grond drukte als een… als een wildeman! Weet je niet dat het heel gevaarlijk is iemand zo te laten schrikken?’

            ‘O, hou toch op met Sarah Bernhardt spelen! Help me liever!’

            Iets vertelde me dat als ik nu niet voort zou maken, het wel eens te laat zou kunnen zijn. Ik trok aan de haken en oogjes op de rug van de japon, probeerde de handschoenen van mijn armen te stropen en beet uit pure frustratie in de knoopjes op mijn pols. Imogen stond erbij te kijken alsof ze in was gegoten was.

            ‘Hoor je niet wat ik zei? Help me die jurk uit te trekken!’

            Imogen kruiste haar armen beschermend voor haar borst. ‘Nee…’

            Mijn geduld raakte op. Dacht de kleine aanstelster soms dat ik haar wilde aanranden?

            Ik wist mijn vingers tussen de sluiting op mijn rug te wurmen en trok. Twee banen surahzijde scheurden met een bevredigend geluid aan rafels.

            Zonder schuldgevoel stapte ik uit de baljurk die ik nooit had willen dragen. Klaar met de pogingen me mooier te maken dan ik was. Ik wilde vanbuiten net zo lelijk zijn als ik me vanbinnen voelde.

            Ik schopte de japon naar Imogen toe. ‘Hier, voor je verkleedkoffer.’

            Als finishing touch haalde ik mijn hand langs mijn mond en veegde de lippenpommade uit tot een lange, rode streep. Zijn gewaad was met bloed besmeurd – en zijn brede voorhoofd en alle trekken van het gelaat waren besprenkeld met de scharlakenrode gruwel.

 

            Bij gebrek aan een spiegel vertelde Imogens gezicht me alles wat ik weten moest. Mijn kostuum was volmaakt. Het masker was gevallen. Wat ze moest zien was naakte krankzinnigheid.

            ‘Adrian, je zult hem toch niets dóén, hè?’

            Ik schonk haar een geruststellend bedoelde glimlach, die op mijn gezicht veranderde in de grijns van een moordenaar.

            Te laat had kleine Immie doorgekregen dat ik hier niet was om háár te helpen. Ze staarde met grote ogen naar lady Kinderly’s chemise. De vlekken in de stof waren bruin verkleurd, maar nog steeds duidelijk herkenbaar als bloed.

            ‘Dat… is dat…?’

            ‘Dat is niet echt.’ Ik zette mijn masker op en begon naar de deur te lopen. Het zou niet lang meer duren of ze zou het hele huis bij elkaar gillen. ‘Toneelbloed. Niks meer dan een beetje verf.’

            Stap voor stap liep ik achteruit, over opgerolde tapijten, langs nutteloze tafeltjes en breekbare prullaria, mijn handen hoog geheven om te laten zien dat ik niets kwaads in de zin had. Geen trucs, geen wapens, niets verborgen in de mouwen. ‘Geef me vijf minuutjes en alles is voor elkaar. Dan heb je je oom Vincent terug en hoef je niet meer naar school, nooit meer. Dat is toch wat je wilt, hè? Niet naar school?’

            Imogen beet op haar lip. Ze slikte de schreeuw in.

            ‘Brave meid.’

            Daar was de muur. Mijn hand tastte naar de deur, het deurkozijn, de deurkruk…

            ‘Vijf minuutjes maar.’

            Ik duwde de kruk omlaag. De deur zwaaide open en een streep helder licht viel het atelier binnen. In de hal brandde een feestelijke overdaad aan lampen, maar er was geen mens te zien. De gasten hadden hun mantels, jassen en hoge hoeden afgegeven en waren de trap naar de eerste verdieping op gegaan. Van boven kwamen de geluiden van lachende, pratende, dansende mensen, en de geur van bijenwas. De hal leek me groter dan anders en de trap hoger. In mijn binnenste flakkerde de koorts op. Mijn lijf protesteerde dat het te ver was, te hoog, maar ik was onverbiddelijk.

            ‘Lopen!’ commandeerde ik mijn pijnlijke voeten.

            Ze gehoorzaamden. Ik was een automaat die door bleef lopen, ook al vielen er stukjes af. Nu ik zo dicht bij mijn doel was, had ik wellicht iets van triomf of opwinding moeten voelen, maar de waarheid was dat ik maar heel weinig voelde. Ik was een mechanische pop die door lady Kinderly opgewonden was, en zou doen wat hij moest doen.

            Dat was alles.


Nieuws

30 augustus 2010

Appie Baantjer, alias De C.o.c.k., is niet meer

Op zondag 29 augustus is, na een kortstondig ziekbed, schrijver en oud-rechercheur Albert Cornelis (Appie) Baantjer overleden. Appie Baantjer is 86 jaar geworden.

19 augustus 2010

Monique Moossdorff 1964-2010

In de nacht van 12 op 13 augustus is tot ons groot verdriet en geheel onverwacht onze allerliefste, daadkrachtige collega Monique Moossdorff overleden. Monique was 46 jaar. Haar dood is niet alleen een groot verlies voor De Fontein|Tirion, maar voor het hele boekenvak.

26 juli 2010

R.J. Ellory wint 'Crime Novel Of The Year'

Zijn thriller A SIMPLE ACT OF VIOLENCE is op het Crime Festival van Harrogate op 22 juli 2010 gekozen tot Crime Novel Of The Year.

1 juli 2010

Floortje Zwigtman te gast bij Kunststof radio

Floortje Zwigtman was gisteren te gast bij Kunststof radio van de NPS. 

29 juni 2010

Zelf gebreid genomineerd voor Willem Wilmink-prijs

Zelf gebreid uit de bundel Mijn zusje achter het behang van Bette Westera is genomineerd voor de Willem Wilmink-prijs 2010.

Volgende