Nieuws

4 januari 2010
Trailer Spiegeljongen

Het eerste deel van de trailer van Spiegeljongen is een feit.

Tot een week voor de verschijning van de roman worden hoogtepunten wekelijks in beeld en gesproken woord gevat.

De trailer van Spiegeljongen zal bestaan uit vijf clips, waarvan de laatste getoond wordt op 1 februari. Vanaf deze datum is de trailer compleet. Vanaf 9 februari is het boek verkrijgbaar.

Spiegeljongen van Floortje Zwigtman is het laatste deel van de trilogie Een Groene Bloem.

De clips zijn gemaakt door Jan Heuves. 

Deel 1 van 5 is een sfeertekening van het onderstaande fragment uit hoofdstuk 7.

 

Ik droogde mezelf met mijn zakdoek af. Het mes woog zwaar in mijn zak. Nu? De verrassing zou compleet zijn. Hij was nergens op berekend en nauwelijks in staat zich te verdedigen.

            ‘Andrew! Klaar? We moeten weg.’

            Mijn klant kwam in beweging en knoopte haastig zijn broek dicht.

            ‘Haast je wat. Het kunnen de parkwachten zijn,’ zei hij tegen mij.

            Ik liep achter hem aan de trap op, inwendig vloekend dat ik deze kans aan me voorbij had laten gaan.

            Bij de ingang wachtten blonde Daniel en een van enthousiasme op zijn tenen wippende Nettles ons op.

            ‘Geld!’ juichte hij. ‘Ge-held!’

            Andrew zocht de zijde van zijn vriend, die ons het park uit leidde.

            ‘Kennissen van ons houden een feestje,’ legde Daniel mij uit. ‘Intiem. Alleen vrienden. Maar wij willen wat leven in de brouwerij brengen. Vandaar: jullie.’

            ‘Drie pond de man!’ gilde Nettles, stuiterend als een rubberbal. ‘Feesten!’

            ‘We trekken de aandacht,’ mompelde dikke Andrew. ‘Zeg hem ’t rustiger te doen, Daniel. Bovendien is het een áfscheidsfeest,’ voegde hij eraan toe.

            ‘Och ja, Londen vaarwel en al die onzin. Ze hebben nog geen koffer gepakt, Andrew.’

            Ze ruzieden lauwtjes door over de reden voor het feestje tot we een lange, rechte straat insloegen, waar op opvallend veel naambordjes de titel md te lezen viel. Daniel ging ons voor naar een huis met een dubbele voordeur en een gouden deurklopper.

            Nettles’ mond viel open, alsof hij op een feestje in de zevende hemel uitgenodigd was.

            ‘Hier? Is het hier?’

            ‘Jazeker, kleine.’

            Blonde Daniel liet de klopper met een snelle roffel op de deur neerkomen.

            Een huisknecht liet ons binnen in een hal die Nettles’ stoutste dromen overtrof. Alles leek er van marmer te zijn: van de vloer en de wanden tot de elegante trap, die zich omlaagslingerde als de sleep van een bruidsjapon.

            Nettles kneep me opgewonden in mijn arm. ‘Marble Halls! Net als in het liedje!’

Van het openbaar toilet naar hier was een hele overgang en ook ik was onder de indruk, al vond ik mezelf te wereldwijs om dat te laten merken. Het grootste verschil was de geur. In plaats van naar pis rook het er naar rozen en wierook.

            De huisknecht stond op het punt mijn jas aan te nemen, toen er boven aan de trap een kreet klonk: ‘Charlie? Nee, ik geloof het niet! Charlie!’

            Een man met golvend, lichtblond haar rende lachend de treden af. Ik herkende hem meteen als Thomas Coombes, in een ver verleden mijn eerste klant. Hij had me nooit betaald, maar dat lag aan tussenkomst van de politie.

            Thomas was zijn arrestatie blijkbaar allang weer te boven. Hij begroette me met een knuffel en twee klapzoenen, één op elke wang.

            ‘Charlie! Hoe gaat het met je? Waar heeft Daniel je gevonden? Ik heb je nooit meer gezien.’

            ‘Heb je naar me gezocht?’ vroeg ik, hengelend naar een ‘ja’. Het was best leuk om hem terug te zien. In de grijze massa van mijn klanten was hij toch wel bijzonder.

‘Wat dacht je dan? Natuurlijk heb ik naar je gezocht.’ Hij was zo aardig om te liegen. ‘Wat wij meegemaakt hebben, schept een band, nietwaar?’

            ‘Is dit jouw huis?’ wilde Nettles weten.

            Thomas lachte. ‘Nee! God nee, niet van mijn salaris! Ik ben hier slechts het garderobemeisje. Komen jullie mee naar boven? Sylvio heeft jullie kostuums gereed laten leggen.’

            ‘Kostuums?’ vroeg Nettles aan Daniel. ‘Gaan we ons verkleden?’

            ‘Ja, heb ik dat niet verteld? Het is een themafeestje. Arthur en Sylvio vertrekken naar Rome. En hun afscheidsfeest is in stijl.’

            ‘Toga’s!’ zei Andrew gruwend.

            Nettles gniffelde. ‘Dat zijn ’n soort jurken, hč?’

            ‘Gewaden,’ verbeterde Thomas, die ons voorging de marmeren trap op. ‘Ik heb ze in bruikleen van het theater waar ik werk. Voor een amateurvoorstelling officieel.

            Ik heb voor jou het kostuum van Julius Caesar kunnen reserveren,’ zei hij tegen Daniel. ‘Andrew zal het met dat van Brutus moeten doen. Is dat erg?’

            ‘Zo lang hij me maar niet neersteekt!’ antwoordde Daniel lachend, en ik lachte mee. Hij moest eens weten waar zijn vriend daarnet aan ontsnapt was!


Thomas bracht Daniel en Andrew naar een kamer waar ze zich konden verkleden, en wees Nettles en mij een andere kamer, waar de kostuums voor ons figuranten werden bewaard.

            ‘Er is helaas niet veel keus meer,’ zei hij verontschuldigend. ‘Jullie zullen je fantasie moeten gebruiken.’

            Over de meubels lagen tunica’s en toga’s, aangeprobeerd en weggegooid. Op een salontafeltje was een kistje met toneelsieraden omgekeerd. Het afkeurende gezicht van de Beethovenbuste op de piano ging schuil achter een gladiatorenmasker. In deze kamer was al een hoop lol getrapt.

            ‘Ik laat jullie nu maar alleen,’ zei Thomas om de hoek van de deur, ‘maar jou zie ik straks, Charlie. Ik reserveer je!’

            Ik blies hem een kus toe.

            ‘En? En? Wat denk je? Is dit niet fantastisch?’ vroeg Nettles toen Thomas de deur had gesloten.

            ‘Hm,’ deed ik. Zo op het oog leek het inderdaad fantastisch, maar iets – ik kon er de vinger niet op leggen wat – deugde niet.

            Lieten mensen die naar Rome vertrokken al hun meubels achter? Hun sigarendoos? Hun familiefoto’s? In deze kamer was niets ingepakt.

            Natuurlijk, het kon best zijn dat ze naar Rome gingen voor een korte vakantie. Maar waarom dan zo’n knalfuif?

            ‘Niet chagrijnen, Charlie.’ Nettles probeerde een slinger van graanhalmen en kunstbloemen om zijn heupen. ‘Kijk naar mij: ik ben de bloemenfee.’

            Ceres, dacht ik automatisch. De Romeinse graangodin. Nutteloze kennis uit Vincents lessen die soms spontaan boven kwam borrelen: Ceres, Jupiter, Venus, Uranus, Pan…

Ik raapte een houten masker van de grond op. Het was overtrokken met een ruwe dierenvacht en had twee prompte, scherpe hoorntjes. Een bokkenkop. Ik hield het masker voor mijn gezicht, maar kreeg toen een beter idee.

            ‘Kijk eens naar míj,’ zei ik tegen Nettles, die de sluiting van een ijzeren slavenhalsband bestudeerde.

            Hij gilde het uit: ‘Zo durf jij niet naar binnen te gaan!’

            ‘O jawel, hoor.’ Ik haalde het masker van voor mijn kruis om mijn broek uit te trekken. ‘En ik durf nog wel meer.’

            ‘In je blote reet! O man, ze gaan je opvreten daarbinnen!’

            ‘Dat is de bedoeling, toch?’

            Ik had er een grimmig plezier in Nettles mijn lef te bewijzen. Eens een hoer, altijd een hoer. Dat was Vincents overtuiging. En dokter Birch zou daar nog een ‘Eens gestoord, altijd gestoord’ aan kunnen toevoegen. Een gestoorde hoer, dat was wat Charlie Rosebery was. Een gestoorde hoer met een mes. Een aanwinst voor al uw feesten en partijen.


Nettles hielp me het masker voor te binden. De veter viel koud tussen mijn billen. Ik ging voor de manshoge passpiegel staan die voor de gelegenheid in de kamer was geplaatst. Het zag er geweldig geil uit. De bok keek met zijn gele ogen loensend naar me op. Achter zijn sik hingen potsierlijk een pik en een stel ballen te bungelen. Ik maakte voor de spiegel een paar bokkensprongen, wat zo’n stom gezicht was dat Nettles de slappe lach kreeg.

            Ook hij besloot zijn kostuum minimaal te houden: ‘Anders heb jij de hele avond ’n pik in je reet en ’n pond in je hand en sta ik erbij te kijken.’

            Terwijl hij zich omgordde met bloemen, haalde ik het mes uit mijn binnenzak. Tussen de verkleedkleren vond ik een wapengordel met een leren schede die voor een legionairszwaard was gemaakt. Ik liet het mes erin glijden. Het verdween volledig uit het zicht.

            ‘Gatver, Charlie, je gaat toch geen enge dingen doen, hč?’

            Ik glimlachte enkel. De punt van het mes prikte door het versleten leer in mijn dij. Ik was tevreden over de pijn.

            ‘Kom mee,’ zei ik en ik pakte Nettles hand. ‘Er wordt vast op ons gewacht.’



 



 

Nieuws

30 augustus 2010

Appie Baantjer, alias De C.o.c.k., is niet meer

Op zondag 29 augustus is, na een kortstondig ziekbed, schrijver en oud-rechercheur Albert Cornelis (Appie) Baantjer overleden. Appie Baantjer is 86 jaar geworden.

19 augustus 2010

Monique Moossdorff 1964-2010

In de nacht van 12 op 13 augustus is tot ons groot verdriet en geheel onverwacht onze allerliefste, daadkrachtige collega Monique Moossdorff overleden. Monique was 46 jaar. Haar dood is niet alleen een groot verlies voor De Fontein|Tirion, maar voor het hele boekenvak.

26 juli 2010

R.J. Ellory wint 'Crime Novel Of The Year'

Zijn thriller A SIMPLE ACT OF VIOLENCE is op het Crime Festival van Harrogate op 22 juli 2010 gekozen tot Crime Novel Of The Year.

1 juli 2010

Floortje Zwigtman te gast bij Kunststof radio

Floortje Zwigtman was gisteren te gast bij Kunststof radio van de NPS. 

29 juni 2010

Zelf gebreid genomineerd voor Willem Wilmink-prijs

Zelf gebreid uit de bundel Mijn zusje achter het behang van Bette Westera is genomineerd voor de Willem Wilmink-prijs 2010.

Volgende